Home

Al voor 1910 wordt er in Nederland, vooral bij de Porceleyne fles, geëxperimenteerd met kunstglazuren. Bijvoorbeeld door Bert Nienhuis, Willem Brouwer, Chris Lanooy, Hein Andrée en Pieter Groeneveldt. Allen meer of minder geinspireerd door Midden-en Oost-Aziatische invloeden.

Dankzij twee problematische gebeurtenissen in de aardewerkindustrie kwam het gebruik van deze kunstglazuren in een stroomversnelling terecht. Allereerst was daar in 1929 een maandenlange aardewerkstaking, die van de ene op de andere plateelfabriek oversloeg. Financiële reserves dreigden op te raken. Vrij snel na de beëindiging van de staking volgde De Grote Depressie oftewel de wereldwijde economische crisis die alle bedrijfstakken, en dus ook de aardewerkindustrie, genadeloos trof. Talloze plateelschilders raakten hun baan kwijt: hun tijdrovende arbeid van verfijnde en bonte decorschildering was te kostbaar geworden.

Na de knalbonte, hand geschilderde art deco-decors kwamen er de kunstglazuren, met een sterk natuur-gerelateerd palet: er is veel vlammend rood-oranje, op basis van uraniumoxide of Pechblende, zeegroen, bruin en fel blauw, kortom de vier elementen vuur, water, aarde en hemel. Niet alleen werden de verdere mogelijkheden van het gebruik van kunstglazuren onderzocht maar vooral ook die van andere, verrassende vormen.

Halverwege de jaren 30, het hoogtepunt van de crisis, werd door sommige plateelfabrieken (kalk)aardewerk ook wel met een kwast bestreken met celluloselak oftewel koudlak, een slap en kwetsbaar aftreksel van kunstglazuur. Dit aardewerk werd met recht ‘crisisaardewerk’ genoemd. Rond 1937 begon de economie weer aan te trekken en daarmee kwam er een eind aan deze korte periode van het meest fantasievolle, kleurigste en meest typisch gevormde, aardewerk uit de Nederlandse aardewerk geschiedenis.

Plateelbakkerij Zuid-holland

Plateelbakkerij Zuidholland

Bij deze plateelfabriek werd vanaf 1910 het zogenaamde ‘matplateel’ vervaardigd: een groot commercieel succes, maar door de kunstcritici van die tijd werd het neergesabeld. Directeur Willy Hoyng reageerde hierop door in de jaren ’20 artistiek leider Leen J. Muller alle gelegenheid te geven om zich bezig te houden met een nieuwe vorm van kunstkeramiek. Uit Breda wordt de lees verder…

Regina

Regina

De groeiende werkeloosheid en de algemene malaise van de crisisjaren gingen ook aan Kunstaardewerkfabriek Regina, niet onopgemerkt voorbij. De fabriek, opgericht in 1898, het kroningsjaar van koningin Wilhelmina, moest personeel ontslaan en verkortte de arbeidstijd. Men ging over tot de fabricage van: lees verder…

Arnhem

Arnhem Op 13 maart 1907 richtten de gebroeders Jakob en Klaas Vet, opgegroeid in Purmerend, waar hun plateelfabriek ‘Purmerend’ het jaar ervoor was afgebrand, de Arnhemsche Fayencefabriek op. De fabriek produceerde in de eerste periode aardewerk gelijk aan de modellen en decors uit Purmerend. Later: lees verder …

Zenith

Zenith Het Goudse aardewerkbedrijf van Zenith is ontstaan uit de pijpenfabriek P.J. van der Want Azn. Aangezien er aan het begin van de twintigste eeuw met het maken van gekaste pijpen niet veel te verdienen viel, besloten Aart en zijn zuster Nel van der Want, in 1917 een bedrijf te beginnen, waar zowel gegoten pijpen: lees verder …

Velsen

Velsen De Potterie Kennemerland te Velsen-Noord werd in december 1920 opgericht door Koen Mertens en Eelke Snel met als doel kunstaardewerk als vazen en bloempotten te vervaardigen. Vanaf 1924 werd het bedrijf door Eelke Snel alleen voortgezet. Tot het faillissement in 1932 heette het bedrijf ook nog: Kennemer: lees verder …

Anderen

Anderen Behalve de plateelbakkerijen die we reeds besproken hebben, waren er natuurlijk meer die hun eigen invulling hebben gegeven aan de problemen die zich voordeden in de crisisjaren. Hieronder volgen nog vier plateelbakkerijen: Goedewaagen, ESKAF, Schoonhoven en De Hoop met ter afsluiting enige informatie over ‘koudlak’: lees verder… 

 

Het merendeel van de teksten op deze site is geschreven door Annemieke Schumm (tevens eindredactie en (mede) ontwerp van o.a. de headers), en mijzelf. De rest heb ik (ongevraagd) geleend van sites van andere keramiek-liefhebbers. Waarvoor nog mijn dank!

online